Branden overlijdens en ongevallen

De branden

04.04.1913 Brandweertest.

Rond 5 uur 30 in de namiddag ging plotseling het brandalarm af in de Engelse afdeling. In een paar minuten zaten de pompiers reeds op het dak van de hal. Er was echter geen brand. Het was maar een loos alarm, dat door het Algemeen Bestuur was gegeven om de stipte werking van de brandweerpost na te gaan

13.05.1913 Brandgevaar door vuurwerk.

Gisteravond werd om 9 uur in de Wereldtentoonstelling het eerste vuurwerk afgestoken van op het balkon van de pyloon voor de draadloze telegraaf. Dit bleek echter niet van gevaar ontbloot te zijn.
Bij de minste wind werden vuursprankels op de daken van het Paviljoen van Canada en het Koloniaal Paleis gedreven. Op zeker ogenblik vreesde men zelfs voor brand in het Canadees paviljoen. De bedienden moesten op het dak klauteren om de niet vuurbestendige bedekking met water te begieten en allerwege stond men met branduitdovers gereed.
De proef heeft aangetoond dat dergelijke evenementen in de nabijheid van paviljoenen uiterst gevaarlijk zijn. Het Uitvoerend Comiteit zal voorzichtig handelen door het bevel te geven, het vuurwerk voortaan op het sportplein te doen afschieten.

17.05.1913 Brand in de Hal der Machines.

Vannacht werd om 1 uur 30 de brandweerpost in de tentoonstelling verwittigd door de brandmelder welke aan de Hal der Machines is geplaatst. De pompiers rukten onmiddellijk uit met hun materieel. Onderwijl was naar de middenkazerne geseind geworden en de hulpauto vertrok dadelijk onder bevel van luitenant Vanderbeken. De brandweer overmeesterde het vernielend element in een klein kwartier.
Het vuur was ontstaan in een deel van de plankenvloer van de hal. Een stoomleiding, door enkele vodden omwonden, was door de hitte van de buis aan het smeulen gegaan, in brand gekomen en had zich vervolgens aan de plankenvloer meegedeeld, waarvan een gering gedeelte werd verkoold.

26.05.1913 Brand op de Natiënlaan.

Om 3 uur 40 kwam plots een burger de brandweerpost van de Wereldfoor binnengestormd met de verklaring dat hij brand had bemerkt achter het Paleis van Indië. Op dat moment gingen in de Natiënlaan brandmelders aan het werken.
De grote autopomp en de bespannen hulptrein snelden onmiddelijk naar de plaats van het onheil, onder het bevel van de heer adjudant Wille. Ondertussen werd de kazerne telefonisch verwittigd en kort daarna was al het materieel ter plaatse, onder leiding van de bevelhebber Achtergael en de onderluitenant Vanderbeken.
Het vuur was inderdaad aan het Indisch Paleis ontstaan, dichtbij de brug van de spoorwegviaduct gelegen. Het was met bliksemsnelheid overgelopen naar het aanpalend Duits drank- en spijshuis Zillertal en in 3 tot 4 minuten tijd vorm den beide instellingen enkel één uitgestrekte vuurpoel.
Onze brandweer beperkte dus haar pogingen tot het vrijwaren van de naburige gebouwen en voornamelijk het Paleis der Schone Kunsten dat in de onmiddellijke nabijheid is gelegen, slechts van het brandend Indisch gebouw gescheiden door een valse dubbele muur. Na een twintigtal minuten werk slaagden een tiental spuiten er in het vuur te omschrijven.
Bij het uitbarsten van de brand deed zich in de Natiënlaan een geweldige schrik voor. Verbruikers, tentoonstellers en bezoekers vluchtten overhaast de brandende inrichtingen uit. Enkele vrouwen vielen zelfs buiten kennis, zo erg waren zij geschrokken bij de roep Brand! of het bemerken van de vlammen die met een geweldige snelheid om zich heen grepen.
Zeker ogenblik vreesde men dat het Paleis der Schone Kunsten mee de prooi der vlammen zou worden. Het dak en de gevels werden onmiddellijk besproeid. Vier zalen werden ontruimd. De schilderijen werden overgebracht naar zalen die verder van de ramp afgelegen zijn.
Met de spuiten in het paviljoen bevochtigde men langs binnen de muren die op het brandend perceel uitgaven. Enkele vlammetjes en vuursprokkels werden door een kleine bries meegevoerd naar de overzijde van de Natiënlaan en vielen op de Engelse afdeling neer. Door het bevochtigen van het dak is daar wat waterschade.
Van het Paleis van Indië, een soort bazaar, het Zillertal en een nog onbetrokken gebouw dat er aanpaalde, blijft niets meer over dan wat as.
Het bestuur van het Indisch paleis geeft een schade aan van 200 000 frank. De tentoonstellende verkopers hebben maar enkele reeds beschadigde tapijten uit de vlammen kunnen redden.
Om 6 uur 20 was alle gevaar geweken. Voorzichtigheidshalve bleef echter een post nog geruime tijd ter plaatse.
Onmiddellijk werd een onderzoek ingesteld om de oorzaak van de brand te kennen en dat liet toe ze als volgt vast te stellen. Achter het Zillertal en palend aan het Indisch Paleis was dichtbij de keuken een kleine ruimte welke diende als bergplaats voor de vuilnis van de inrichting. Men heeft de overtuiging dat het vuur op die plaats is ontstaan. Alles is door een Engelse compagnie verzekerd.
De politie, onder de bevelen van oppercommissaris Van Wesemael, hulpcommissaris Van Herreweghe en commissaris Piron zag zich verplicht beroep te doen op het leger. Twee piketten van het tweede linieregiment en één van het eerste, samen 200 man sterk, kwamen onder bevel van kolonel Lammers hulp bieden.
Sommige bezoekers namen radeloos de vlucht. In de Engelse afdeling vergaten ouders zelfs hun 2-jarig kind dat op een bank ingesluimerd was…
Dadelijk ving het opruimen van de puinen aan. Het Uitvoerend Comiteit heeft maatregelen genomen om zo ras mogelijk andere gebouwen te doen oprichten die tot schietbaan .

21.08.1913 Brand in het Spaanse paviljoen.

Het Spaanse paviljoen dat niet behoort tot het officieel gedeelte en ondermeer edelgesteenten, wijnen, optische instrumenten en aardewerk bevat.
Het vuur dat waarschijnlijk lang moet gesmeuld hebben, barstte rond 9 uur met geweld uit, zodat heel het paviljoen in brand stond toen de brandweer tot het blussen gereed was. Nochtans was die op het eerste sein toegesneld.
Gezien het groot gevaar waarin het Paviljoen van de stad Gent verkeerde doordat de vlammen tot aan de torenspits likten, begon men onmiddellijk alle kunstvoorwerpen te redden die zich in het moderne gedeelte bevonden. Borstbeelden, portretten, tafels, kaders, enz. werden op straat gebracht en onder bewaking van de politie geplaatst.
De pompiers waren werkelijk bewonderenswaardig. In enkele ogenblikken hadden ze de grote slangen op de brandmonden van de waterleiding bevestigd. De waterstralen gingen met volle kracht tot boven het Paviljoen van Gent en al de aanwezige overheidspersonen waren het eens om het krachtig en doelmatig optreden van de brandweer te loven.
Ondanks alles bleek dat het Paviljoen van Spanje verloren was en de pompiers verenigden nu al hun krachten om dat van Gent te behouden. Een deur welke toegang geeft tot de toren van het gebouw werd open gekapt en twee brandweerlieden klommen naar het hoogste, om van daar uit met een lans het brandgevaar te bedwingen. Weldra gelukten ze daarin.
Op zeker ogenblik barstte nabij het Paviljoen van Luik een grote spuitdarm, waardoor een dikke waterstraal in de hoogte sprong. De pompiers konden er echter spoedig in verhelpen.
Intussen was een afdeling linietroepen ter plaatse gekomen om de ordedienst te versterken, die tot dan toe door de politie en een aantal wachters van de tentoonstelling was verricht. Rond 11 uur was alle gevaar geweken. Het Gentse paviljoen heeft echter zeer veel waterschade geleden.
Behalve het Paviljoen van Spanje zijn vijf kleinere in de as gelegd: het Café-Restaurant der Balkans, een sigarenwinkel Van Ghelder, de herberg Vlaamse Tapperij Dick, de confisserie Mayard en het etablissement Bieren van Stasegem.
Van bij het eerste alarm waren vele voorname personen ter plaatse gesneld, onder andere burgemeester Braun, Jan de Hemptinne, Jos Casier, Pierre Marraud, commissaris van de Franse afdeling en Van der Straeten procureur des konings.
De oorzaak van de brand is totaal onbekend. De personen die het eerst de vlammen zagen werden door het parket ondervraagd. Men rekent de schade voor het Paviljoen van Spanje en de andere tenten op ongeveer 50 000 frank.
Een paar personen werden gekwetst bij het openkappen van de deur die naar de Gentse toren leidt. Zij werden in de post van het Rode Kruis verzorgd. Het Paviljoen van Gent is tot nader bevel gesloten.
Van het Paviljoen van Spanje staat nog slechts een deel van de voorgevel recht. Binnen is alles platgebrand. In de puinen vond men drie koffers waarin ‘s avonds de uitgestalde juwelen en voorwerpen van hoge waarde werden geborgen. De gouden en zilveren juwelen waren erg beschadigd of gesmolten.
Ze werden overgebracht naar de Amerikaanse afdeling in de Internationale Hal.
In de namiddag hebben vertegenwoordigers van verzekeringsmaatschappijen de puinen bezocht. In het Paviljoen van Gent is de maquette vernield van het gedenkteken aan de Vrede van Gent in 1814, vervaardigd door graaf de Lalaing.
Het achtergedeelte van het gebouw van de Gentse beroepsscholen dat paalt aan het verbrande paviljoen heeft ook nogal van het vuur te lijden gehad.
De werkingen van onze brandweer werden krachtdadig gesteund door een aantal vrijwillige redders, namelijk enige koks en bedienden uit het Duits huis en vooral de afdeling pompiers van de stad Parijs, die onder het bevel van hun onderofficier zich dadelijk aanboden om bij de blussingswerken te helpen. De
bevelhebber Achtergaele heeft de Franse kolonel-bevelhebber daarvoor officieel bedankt.
De Spaanse afdeling zal binnen acht dagen heringericht zijn. Na een vergadering tussen de heer Augosti, algemene commissaris en het Uitvoerend Comiteit werd beslist een nieuw lokaal te gebruiken. Dadelijk na de brand hebben de tentoonstellers gezegd dat zij nieuwe waren zullen zenden. De meeste kleinere tenten zullen maandag heropgebouwd zijn.

22.08.1913 Vals alarm.

Rond 5 1/2 uur langs de kant van het Scheef Huis in het Attractiepark het brandsignaal gegeven. Enige stonden nadien waren de pompiers van de tentoonstelling ter plaatse. Daar men dacht dat het signaal uit het Scheef Huis zelf gegeven was, doorzocht bevelhebber Achtergaele met enige mannen heel de instelling, doch hij vond nergens enig spoor van brand. Het betrof hier dus een vals alarm, waarvan de dader natuurlijk niet te bespeuren was.

18.09.1913 Brand op de Belvédèrelaan.

Een felle brand legt een belangrijk gedeelte van de Belvédèrelaan in de as.
Drie spijshuizen en een sigarenwinkel gaan in de vlammen op. Ook het Burgerhuis is zwaar beschadigd.
Het zal niet meer volledig worden heropgebouwd. Voor de resterende tijd van de wereldtentoonstelling wordt gebruik gemaakt van een tent.

27.10.1913 Herberg De Oude Karel brand uit.

Maandagmorgen om 1 u 37 werden de pompiers verwittigd dat er brand was uit gebroken in de tentoonstelling. Aanstonds snelden zij met hun materiaal ter plaatse. Daar aangekomen, zagen ze dat een klein herbergje, gehouden door den ouden Karel in lichterlaaie stond. De herberg werd volledig vernield.

28.10.1913 Brand op de Belvédèrelaan.

Bij een nieuwe brand op de Belvédèrelaan krijgt het paviljoen van Vooruit het hard te verduren.
Het vuur is ontstaan in het aanpalende Duitse spijshuis Ober Bayern, maar de wind blies de vlammen in de richting van het paviljoen van Vooruit. Ook de Kulmbach ging in de vlammen op. De telefoondraden boven de Kulmbach smolten en men kreeg geen verbinding met de politie van Gent.
Ondanks de pogingen van de brandweer kon men niet voorkomen dat een groot achterdeel van de vooruit mee vernield werd, de bakkerij, de keuken en een aanzienlijk deel van de gelagzaal zijn vernield. Met het einde van de wereldtentoonstelling in zicht, wordt de bakkerij niet heropgebouwd. De vlammen sloegen hemelhoog, vuurgensters sloegen tot over de Scenic, en overal moest men de wacht houden om verdere branden te voorkomen. Aan de huizen in de Fortstraat is ook redelijk wat schade.

30.10.1913 Brand in Oud-Vlaendren

Rond 19 uur breekt er brand uit in Oud-Vlaendren, 7 huizen, waarin verschillende winkeltjes waren ondergebracht,  gaan in de vlammen op. De schade is aanzienlijk.

De ongevallen.

09.01.1913 Steiger stort in.

Op het terrein van de komende tentoonstelling is een steiger ingestort van de in aanbouw zijnde machineloods. Zes werklieden stonden op dat moment op de steiger, waarvan er drie ernstig gewond raakten. De oorzaak van het instorten is niet bekend.

 

 

16.05.1913 Dodelijk ongeluk op de Scenic Railway.

Op de Scenic Railway in het attractiepark raakt een van de wagentjes los.
Deze Monagne Russe of te Roetsjbaan is nog maar net geïnstalleerd of er gebeurt een dodelijk ongeluk.
Een wagentje met zes inzittenden ontspoort en wordt met grote kracht tegen het baanvak geslingerd.
De Britse bediende van de Scenic Railway die ter hulp schiet wordt weggeslinged en stort in de diepte.
Tijdens zijn overbrenging naar het gasthuis overleed de 50-jarige Georges Miller, Engelse onderdaan, tijdelijk woonachtig in de Galglaan n° 33, bediende van de Scenic. De ongelukkige werd tegen een paal geslingerd.
Rond 10 uur ‘s avonds werd de heer adjunct-commissaris Weyn, die de nachtdienst in de tentoonstelling verzorgt, door één van zijn manschappen verwittigd en spoedde zich onmiddellijk per velo ter plaatse.
Aan de Scenic Railway stond het zwart van het volk en het ging er tamelijk rumoerig aan toe. Het scheen of de menigte de instelling wou binnendringen. De politie had veel moeite om achter de ware toedracht van de zaak te komen. De lieden van de Scenic toonden zich erg gesloten.

22.05.1913 Ongeluk op de Scenic Railway.

Zaterdagavond had rond 8 uur een nieuw ongeluk plaats op de Scenic Railway. Drie wagonnetjes waren aan het rollen, toen voor één daarvan bij het omhoog rijden de kabel niet werkte, zodat het achterwaarts de helling afliep.
In de kromming botste het op de andere, waardoor ze alle uit het spoor werden geslingerd. Gegil en wanhoopskreten waren vermengd met het lawaai van de botsing.
Seffens werden politiemaatregelen genomen, de dienst van het Rode Kruis verwittigd en de zes gekwetsten ter plaatse verzorgd of naar het lazaret in de tentoonstelling overgebracht. Het parket heeft een onderzoek ingesteld. Lees ook over de rechtszaak van de ongevallen op de Scenic Railway.

16.06.1913 Ongeluk met de Decauville tram.

Deze middag rond 5 uur wilde de heer Lancksweert, contrabassist bij het orkest van de tentoonstelling, op het treintje Decauville stappen om zich naar de kiosk nabij het Paleis van de Congo te begeven. Hij miste de loopplank en geraakte onder de wielen, waardoor hij een voet werd afgereden. De ongelukkige werd dadelijk door de dienst van het Rode Kruis verzorgd. Zijn toestand is ernstig.

22.08.1913 Gewonde door Faillissement Ghent Syndicate 1913 Limited.

De politie heeft gisteravond op het Plein der Attracties in een drietal inrichtingen de kas doen aanslaan. Dit is waarschijnlijk een gevolg van de in faling verklaring van de Ghent Syndicate 1913 LTD. In één der gestichten ontmoette de politie verzet. De heer commissaris Braet werd hierbij licht gekwetst.

29.08.1913 Paard op hol.

Rond 11 uur in de Belvédèrelaan een paard dat voor een bestelwagen was gespannen op hol gegaan toen het schrok door het gefluit van het treintje in de Wereldtentoonstelling.
Het dier rukte zich los, rende in volle vaart onder de spoorwegviaduct door, recht naar de grote ingang. Daar gleed het beest uit en viel het op de weg, zodat het kon gevat worden.

12.10.1913 Poging tot zelfmoord.

Vrijdagavond, rond 21 uur, kwam een Duitser, 27 a 28 jaar oud, in een drankhuisje in de tentoonstelling en vroeg een glas water. Zodra hij het glas had gekregen, gooide hij de helft van de  inhoud van een flesje erin en dronk het uit. Bijna onmiddellijk erna viel hij bewusteloos. Een Engelse geneesheer, die toevallig ter plaatse was, diende hem onmiddellijk de eerste zorgen toe en bracht hem naar het Rode Kruis. In zijn zakken vond men het flesje, het bevatte Lysol, een hevig vergif. Nadat de man in het Rode Kruis terug bij bewustzijn was gebracht, vervoerde men hem naar het gasthuis. De man was in dienst geweest in een van de grote koffiehuizen van de tentoonstelling, enkele dagen eerder was hij naar Carlsbad vertrokken. Toen hij donderdag terug kwam, werd hij niet meer aangenomen en dit moet hem tot zelfmoord hebben aangespoord.

Overlijdens.

28.04.1913 Dood van Bemafshek.

Tijdens de overtocht naar Gent sterft de Filipino Bemafshek. Dagblad Vooruit bericht dat hij bezweken is aan longtering. Over Be’mafshek is geen enkele overlijdensakte terug te vinden, terwijl de groep al 10 dagen voor de opening van de wereldtentoonstelling in Gent aanwezig was, dit doet vermoeden dat de overlijdensdatum niet klopt.

18.05.1913 Bida, bekend als Flandria

Flandria werd geboren in et Filipijns dorp op 30 april en was de schat van de vele gentse bezoekers, die haar trots Flandria noemden . Op 18 mei zou het kleine meisje overlijden in het ziekenhuis.

20.07.1913 Dood van Timicheg.

De Filipino Timicheg wordt gehospitaliseerd in de Bijloke waar hij aan tuberculose bezwijkt.
Timicheg wordt begraven op het gemeentekerkhof van de Brugse poort, westerbegraafplaats. Hun verhaal lees je hier.

08.09.1913 Dood van een dierentemmer.

De heer Dossy, een forse, 42-jarige Fransman, geboortig van Parijs en bestuurder van het beestenspel, de Menagerie Bostock, werd door een van zijn Russische beren doodgebeten.

18.10.1913 Madi Diali sterft

Het Senegalese Dorp is in de rouw.
Madi Diali, afkomstig uit Dakar is overleden aan een hartziekte. Hij wordt begraven op het gemeentekerkhof.

08.11.1913 Birame

Het zoontje van Niang Birame en Oby Seck wordt dood geboren in het Senegalees dorp.

De overlijdensaktes:

Bronnen :

De Gazette van Gent

Archief Nederlandse kranten

Archief Kranten van de Kempen

Dienst Burgerzaken Stad Gent