de erge ongelukken op de Scenic Railway in de tentoonstelling

Op vrijdag 12 juni 1914 werd voor de rechtbank de zaak opgeroepen  ten laste van de eigenaars van de “Scenic Railway”, verantwoordelijk gesteld voor de erge ongelukken, voorgevallen op donderdag 15 mei en zaterdag 21 juni.
De drie betichten Wilfried Horsmann, Alfred Backer en Lot Morgan, alle drie Engelsen, zijn niet verschenen. Waar zij voor het ogenblik zijn weet niemand.
Zij worden vervolgd om op donderdag 15 mei 1913:(het ongeval gebeurde op 16 mei, Georges overleed op 17 mei)

  • door gebrek aan voorzichtigheid of voorzorgen slagen of kwetsuren te hebben toegebracht aan mej. Allard, Leon De Rey, Georges Latacque en Romelus Beeckman, allen van Gent, op de Scenic Railway in de tentoonstelling.
  • door gebrek aan voorzorgen of voorzichtigheid de dood te hebben veroorzaakt van Georges Millar, (door een schrijffout in het gerechtelijk dossier staat er Georges William), een van de bedienden van de Scenic Railway te Gent, op 15 mei 1913.

Voor het ongeluk voorgevallen op 21 juni ,( dit ongeval gebeurde op 22 mei) worden vervolgd Wilfried Horsmann, Alfred Backer en de genaamde Costens, om door gebrek aan voorzichtigheid of voorzorgen slagen of kwetsuren hebben toegebracht aan Mej. Dierickx en M. Pieter Rysenaer, beiden van Gent.
In de eerste zaak zijn zes getuigen, allen personen die door het ongeval kwetsuren hebben opgelopen, in de tweede zaak zijn er acht getuigen.
Zoals de meesten zich nog herinneren was op het plein der attracties (park) dicht bij het restaurant Azalea (Feestpaleis) de “Scenic Railway, een soort van Montagne Russe opgericht.
Op donderdag 15 mei, werd in de namiddag, de instelling getest en goed bevonden; s’avonds om 20 uur werd deze attractie geopend.
Alles ging opperbest, twee aaneengekoppelde rijtuigen, vlogen van de laagte omhoog op een lengte van 1 kolometer, tot groot vermaak van degenen die in het voertuig zaten en nog meer van de toeschouwers die zeer talrijk aanwezig waren, ten gevolge van het tweede bezoek van Koning Albert aan de tentoonstelling. ( deze verklaring kan niet kloppen, daar de koning zijn tweede bezoek op 6 mei doorging, Briefwisseling koninklijk archief)
Rond 10 uur s’avonds, werden opnieuw twee aaneengekoppelde wagonnetjes elk met vijf personen erin gelanceerd. Deze wagonnetjes rolden met een grote snelheid de helling af, om daarop een 29 meters hoge glooiing op te bollen. Gekomen op slechts een paar meter van het toppunt van de helling, losten plots de mechanische klauwen, onderaan aan de wagonnetjes bevestigd, die de kabel vastgrijpen en aldus de rijtuigen de hoogte optrekken.
De kabel draaide los en de beide wagonnetjes vlogen pijlsnel de helling terug af, onder het verschrikkelijk geschreeuw van de inzittenden en het geroep van de menigte, de ooggetuigen van het voorval.
De 50 jarige Georges William(Millar),bediende van de Scenic, die onderaan de helling stond en de wagonnetjes zag afkomen, wilde deze tegenhouden.
De ongelukkige kreeg een verschrikkelijke slag, vloog tegen de borstwering aan, die doorbrak en viel in de diepte. Het slachtoffer werd in erbarmelijke toestand opgenomen en werd per auto weggevoerd naar het gasthuis, waar hij later bezweek aan zijn verwondingen.
De twee wagonnetjes die uit de sporen waren gesprongen vielen ook de helling af en de inzittenden werden door elkander tegen de houten palen geslingerd.
De gekwetsen, M. Leon De Rey, een Parijzenaar, werd naar de Refuge St. Marie overgebracht en de heren Georges Latacque, Romelus Beeckman en mej. Allard, ter plaatse door de geneesheren Lams en Aemelynck verzorgd.
Toen op 21 juni( moet 15 mei zijn) het tweede ongeluk plaatshad, reed men uit “voorzichtigheid??” met drie aaneengekoppelde wagonnetjes. Het was rond 8 uur s’avonds dat halverwege de wagonnetjes bleven staan, om een ogenblik nadien met duizelingwekkende snelheid terug te keren.
De drie wagonnetjes werden uiteen geslagen en de inzittenen langs alle kanten weg geslingerd. Mej. Dierickx, wonende Brabantdam te Gent, brak drie ribben en de heer Pieter Rysenaere, wonende Sluizeken te Gent, brakzijn linkerarm, sleutelbeen en twee ribben. Verder werd ook Mevr Hanze uit Oostende, Ludwig Hange uit Duitsland en nog 4 anderen er vanaf met lichtere kwetsuren.
Voor de rechtbank werden twee deskundigen gehoord, die verklaren dat de ongelukken te wijten zijn aan de gebrekkige bouw van het toestel, namelijk van het vastklampen der” klauwen” in de richels, ook dat de “kabel zonder einde” niet sterk genoeg was en de lassingen niet stevig waren. Het mekanisme van het toestel was ook niet in orde en de remmen waren niet sterk genoeg. De deskundigen besloten dus dat dit de verantwoordelijkheid was van de bouwers en de uitbaters van de Scenic Railway.
Verschillende personen als getuige gehoord, kunnen niet zeggen hoe het ongeluk gebeurd is; alleen weten zij, dat toen de wagonnetjes boven de helling waren, zij plots terug naar beneden rolden.
De bedienden hadden onmiddellijk na het ongeval de lichten gedoofd; het was pikdonker en zo goed ze konden kropen ze op handen en voeten voort. Degenen die niet konden rechtstaan werden door de bedienden opgenomen en verzorgd.
De heer Georges Latacque die een grote wonde had opgelopen in zijn gezicht, verklaarde op de zitting, dat de bedienden van de Scenic om het bloed te stelpen, dat over zijn gezicht liep, niets beter hadden gevonden, nadat ze hem eerst wat afgewassen te hebben, een lap vlees, een soort van biefstuk op de wonde te leggen en dan een doek rond zijn aangezicht gebonden. Misschien is zulks de nieuwe geneesmethode in Engeland!!
De uitspraak van vrijdag 26 juni.
Er waren meerdere gekwetsten waren bij de twee ongevallen.
De deskundigen die de plaats van het ongeval bezochten en de oorzaak hebben onderzocht, komen tot een eenparig besluit dat dit te wijten is aan het slecht functioneren van het mekanisme, gebrekkige bouw en enkele andere details.
Daarom werd beslist om vervolging in te spannen tegen de beklaagden om bij gebrek aan voorzorgen de dood te hebben veroorzaakt van Georges Millar en kwetsuren te hebben veroorzaakt aan de overige personen.
Hierbij spreekt de rechtbank de volgende straffen uit:

  • Voor het eerste ongeval wordt Wilfried Horsmann verwezen tot 3 maanden gevangenis en 50 frank . 1 maand lijfsdwang voor de gerechtskosten
  • Voor het tweede ongeval worden Alfred Backer en Wilfried Horsemann, elk tot 2 maanden gevangenis en 50 frank en 1 maand lijfsdwang voor de proceskosten.
  •  Lot Morgan en Costens worden vrijgesproken.

Bronnen:

Het Fondsenblad-Handel-Nijverheid-Taal-Godsdienst 6 juni 1914
Het Fondsenblad-Handel-Nijverheid-Taal-Godsdienst 13-14 juni 1914
Het Volk Christen werkmansblad 04/07/1914