Van de Voorde versus Henderick

Uiteindelijk was de Gentse wereldtentoonstelling architecturaal gezien, met uitzondering van het Duits paviljoen, het koloniale paleis en de hallen van Henderick, haast een onemanshow,  wat toen al door architectuurcritici betreurd werd. Tijdens de aanloop naar de wereldtenttoonstelling blijkt er een sterke concurentie tussen Van de Voorde en Henderick geweest te zijn. Henderick diende in 1907 een voorstel in om voor de inrichting van de terreinen waarop de wereldtentoonstelling gehouden zou worden, alsook maakte Geo Henderick een ontwerp voor de heraanleg van het citadelpark, in de geest van de 18de eeuwse “Jardin a la Francaise”.

Collectie Bib U Gent itemnr BIB-ARCH-001257_2011_0001_AC

Deze unieke plannen om er één van de grootste art-nouveau-tuinaanleggen te creëren werden wegens de versnelde gebeurtenissen en dead-line koorts rond de internationale tentoonstelling gekelderd.

Collectie Bib U Gent itemnr BIB-ARCH-001251_2011_0001_AC

De parkaanleg was ingedeeld in een aantal afdelingen : de Franse tuin, de concertwandeling, het openluchttheater, de zuilenbekken, de grottenvijver, de Alpentuin, de talrijke Chinoiserieën en de tuin van stad Gent.

Collectie Bib U Gent itemnr BIB-ARCH-001255_2011_0001_AC

De plantsoenaanleg met parterres en spiraalvormen had één van de hoogtepunten kunnen zijn maar deze droom werd vernietigd door het voornemen van het wereldtentoonstellingscommité om  in het midden van het Citadelpark een feestgebouw op te richten.

Collectie Bib U Gent itemnr BIB-ARCH-001256_2011_0001_AC

 De algemene leiding werd echter, zoals bekend, aan Van de Voorde toegekend. Ook Hendericks ontwerp van een majestueuze triomfboog in verfijnde Art Nouveau-stijl om het spoorwegviaduct  over de Kortrijkse steenweg te camoufleren werd geweigerd omdat het Van de Voorde’s hoofdingang in het niets  zou doen verdwijnen. (1)

Uiteindelijk won hij slechts de wedstrijd voor de decoratieve gevels van de hallen der machines, de kleine werktuigen en der elektriciteit.

Oscar Van de Voorde werd dus verkozen boven Geo Henderick. Fierens-Gevaert (2) schrijft dit ten dele toe aan de diplomatische, ietwat listige, houding van Van de Voorde : juist de Louis XVI-elementen die hij in zijn architectuur, die vooral Weens van inspiratie was, verwerkte, zouden hem het vertrouwen opgeleverd hebben van de burgerlijke promotoren van de wereldtentoonstelling. Zij zouden aldus Fierens-Gevaert, tot op de dag van de opening dat Van de Voorde voor hen gevels en interieurs in onvervalste Louis XVI-stijl oprichtte. ook in De Bouwgids prijst, zij het niet zo expliciet, het weerwerk van Van de Voorde jegens zijn eigen broodheren.(3)
Deze mix van Franse guirlandes en “de moderne Weense kunst van Otto Wagner en Olbrich” viel bij nagenoeg alle critici opvallend goed in de smaak. De Duitse pers (4) af wel toe dat het totaalbeeld geslaagd was, maar zag in de afwerking andermaal het bewijs dat de Franse smaak België overheerste. Vooral De Bouwgids was bijzonder enthousiast over het ontwerp van hun medewerker :

We kennen hier ten lande geen enkele architecturale schepping die aan deze kan vergeleken worden. Hij is misschien wel de sterkste modernist – Henri van de Velde niet te na gesproken – die wij heden ten dage bezitten. (5)

Liep de wereldtentoonstelling internationale allure mis door hun keuze?
Als men de plannen van Oscar Van de Voorde, Beaux-Arts stijl versus die van de Wiener Sezession volgeling  Geo Henderick vergelijkt, lijkt me dit heel goed mogelijk, Geo zijn ontwerpen waren heel vernieuwend met een uitgesproken design, terwijl Oscar zijn ontwerpen voor de hoofdingang en de Cour d’Honneur, waren gebaseerd op de wereldtentoonstelling van Chicago en men dus niet echt van een vernieuwend design kon spreken, zie de erfenis van Brussel, die vooral het beeld van Van de Voorde bepaalde, alsook bij het bestuderen van de paleizen en paviljoen van Van de Voorde kan ik me moeilijk de Louis XV-stijl erin terugvinden, eerder de Weense invloeden en Beaux-arts stijl.

Collectie Bib U Gent itemnr BIB-ARCH-001204_2011_0001_AC

Het niet uitgevoerde plan voor de Cour d’Honneur van Geo Henderick

Collectie Bib U Gent itemnr BIB-ARCH-001205_2011_0001_AC

Een tweede niet uitgevoerd plan van Geo Henderick voor de hoofdingang van de wereldtentoonstelling.
Men kan hier dus spreken van een serieuze concurrentiestrijd tussen Van de Voorde en Henderick, volgens Guido Deseijn.

Ter gelegenheid van een overzichtstentoonstelling die in 1984 in het museum voor Sierkunst over het werk van Geo Henderick, ontstond er onenigheid over de plaats en betekenis van deze Gentse architect binnen de Belgische architectuurgeschiedenis. Guido Deseijn, schrijver van de bijhorende catalogus en monografie (6), plaatste Henderick op het niveau van andere talentvolle en gevierde generatiegenoten zoals Antoine Pompe, Emiel van Averbeke, Paul Hamesse, Achiel Vanhoecke-Dessel, Paul Gauchie en anderen. Hij stelt zelfs degene die de Nieuwe Zakelijkheid na de eerste wereldoorlog propageerden, verantwoordelijk voor het feit dat Hendericks werk zo in de vergetelheid was beland:

Het waren juist die mensen die Henderick hebben doodgezwegen omdat hij aanhanger bleef van ornamentele, decoratieve architectuur. Ze zijn er uiteindelijk in geslaagd om Henderick in een paar decennia totaal op de achtergrond te duwen. (7)

Doordat het totaalontwerp van de wereldtentoonstelling ontaarde in een tweestrijd tussen twee lokale architecten en wegens minieme deelname van buitenlandse architecten verwierf de wereldtentoonstelling van Gent in het buitenland niet hetzelfde aanzien als die van Brussel, waar vele naties een eigen creatie brachten.

Het is dankzij het lobbywerk van Guido Deseijn,  aansluitend op de voorgenoemde tentoonstelling over Henderick bij de Vlaamse Gemeenschap, dat zijn voornaamste realisaties werden beschermd als monument.

Met dank aan Joris Nauwelarts en Guido Deseijn
Bronnen:
De architectuur op de wereldtentoonstelling te Gent van 1913
1 Fierens-Gevaert L’Architecture a l’Exposition de gand. Art et Tecnhique 1913. 9. pag. 134
2 Vandevoorde heeft daarvoor op schitterende wijze de princiepen van de hedendaagschen stijl gehuldigd iets wat op zich zelf genomen reeds zeer verdienstelijk is, vermist er voldoende op ondersteuning van officieele zijde niet veel meer mag gerekend worden. D.v.K. “Het Modernism zegepraalt te Gent” De Bouwgids 1913. 9 . pag. 161
3 Naar de artikels van Osthaus, Breuer en een citaat aangehaald door J. Diongre ui “De Verlinker Zeitung” in “Une visite a l’exposition”, L’emulation 1913. 10. pag. 163
4 D.v.K. “Het Modernism zegepraalt te Gent” De Bouwgids 1913. 9 . pag. 163
5 Deseijn G. Geo Henderick 1879-1957. Gent stadsbestuur 1984
6 Dierick D. ” Nieuwe belangstelling voor Gents architect”. De dulle draak, 17 augustus 1984