Pégoud op de expo

De krant Le Bien Public over Pégoud in Gent

“ Langs de hele Kortrijksesteenweg is het een uitzinnige rush van elkaar opvolgende trams, voertuigen, wagens, fietsers en ook voetgangers die er niet in geslaagd waren een vervoermiddel te vinden. Vanaf 15 u. was het centrum stil en verlaten.
Al wie zich kon verplaatsen begaf zich richting Kortrijksepoort …….In de velden rondom stonden groepen mensen. Oud en jong, iedereen was te been om de wonderlijke toeren van de luchtacrobaat te zien.
Omstreeks 15 uur 30 klom Pégoud in zijn toestel en verhief hij zich in de lucht onder algemene toejuichingen.De joviale vlieger groette verscheidene malen de menigte vanuit zijn monoplaan.
Daarna herbegon hij zijn halsbrekende toeren. Deze waren nagenoeg dezelfde als ‘s morgens, maar Pégoud scheen nog meer in zijn schik en tot vijftien maal toe vloog hij met het hoofd omlaag en de wielen in de lucht.
Nogmaals toonde hij ons tot wat een koelbloedige luchtvaarder met een stevig toestel in staat is.Na ruim drie kwartier vol adembenemende toeren daalde Pégoud in spiraalvorm neer en zachtjes landde hij op het grasplein.
Weer de geestdrift van ‘s morgens, het in triomf ronddragen, het gelukwensen en de stormloop om de vlieger van dichtbij te zien.
Nooit heeft een keizer of een koning zoveel volk te been gebracht en zoveel toejuichingen geoogst als Pégoud gisteren.”

 

In september 1913 was het einde van de Gentse Wereldtentoonstelling in zicht. De bezoekersaantallen waren fenomenaal, en de organisatoren wilden de sluitingsdag op 3 november met een apotheose eindigen. Daarvoor zouden ze hun stoutste droom waarmaken – en die van duizenden anderen. Want die periode was er één man die alle Europese kranten beheerste : Adolphe Pégoud. Deze 24-jarige Fransman had de luchtvaart een nieuwe dimensie gegeven : die van het stuntvliegen. Op dat moment was de luchtvaart nog geen tien jaar oud. Mensen als Henri Crombez hadden bewezen dat de mens min of meer het vliegen beheerste, wat wil zeggen dat hij ermee kon opstijgen, een traject afleggen, en weer landen.

Pégoud ging in loondienst bij die andere pionier, Louis Blériot. De Kanaalvlieger raakte zo onder de indruk van het vliegerstalent van Pégoud, dat hij snel testpiloot werd van Blériots onderneming. De vraag naar vliegtuigen steeg, niet alleen door de talrijke vliegdemonstraties overal ter wereld, maar ook uit militaire kringen.

Pégoud had een ongekende durf, maar was ook oprecht begaan met vliegveiligheid. In augustus 1913 had hij zijn werkgever overtuigd om een bijzonder experiment te mogen uitvoeren. Hij haalde een oude Blériot van stal, steeg ermee op, liet op 230 meter de motor stationair draaien… en sprong met een valscherm. Adolphe Pégoud was de allereerste die de parachute gebruikte met het voorwendsel om het leven van een vlieger te redden.

De sprong op zich vond Pégoud niet zo belangrijk. Terwijl hij aan zijn valscherm bengelde, schonk hij immers aandacht aan een ander gegeven : hoe zijn onbemande Blériot zich nu gedroeg. Het toestelletje klom steil omhoog tot het haast op zijn staart stond, viel vervolgens achterover, voerde nog een soort lusvlucht uit en kwam tenslotte op een grasveld neer. Nadat Pégoud door een uitgelaten menigte uit een boom gehaald werd, had hij zijn besluit genomen : een vliegtuig was ook in staat om tot dan ongewone vliegbewegingen te maken.

En meteen toog hij in de fabriek van Blériot aan het werk. Hij liet allerhande verstevigingen aanbrengen aan een toestel, en voorzag zijn stuurstoel van stevige riemen die de piloot op zijn plaats hielden. Het waren aanpassingen die vandaag elementair zijn voor de vliegveiligheid. En op 1 september 1913 was het eerste acrotoestel klaar.

Pégoud gaf meteen enkele demonstraties aan het Franse publiek. Zo steeg hij naar 900 meter, dook verticaal naar beneden en rondde deze beweging ondersteboven af. Met zijn hoofd naar omlaag  zwaaide hij naar de verbijsterde menigte. Tot dan was een vliegdemonstratie een tamelijk eenvoudig gegeven, maar Adolphe Pégoud was de eerste die er een echte show van maakte. De weken daarna stelde hij een heus stuntprogramma samen : een looping, rugvlucht, staartval, spiraalvlucht en het klapstuk : zijn “salto mortale”. Eigenlijk betrof het hier pogingen om een rolvlucht te maken. Zo’n programma was genoeg om tienduizenden men-sen te trekken. Pégoud trok naar de Europese hoofdsteden Parijs, Londen en Wenen. De organisatoren van de Gentse Wereldtentoostelling wisten nu wat hen te doen stond. En op 20 oktober las men dan ook in de krant “Adolphe Pégoudde kranige, stoutmoedige Franse luchtvlieger, die gans de wereld in verbazing bracht door met het hoofd naar beneden te vliegen en thans te Wenen zijn buitelingen vertoont, komt binnenkort naar Gent.

De aangegane onderhandelingen zijn gelukt. Er zijn enkel nog enige punten van ondergeschikt belang te regelen. Gent zal dus na Parijs, Londen en Wenen de looping the loop in aeroplaan te aanschouwen krijgen”.

Want Pégoud was absolute klasse, zo vertelden de kranten :

“Te Parijs, waar hij menigmaal de looping the loop of dodensprong heeft uitgevoerd, stonden de toeschouwers verbaasd over zijn vermetele vluchten. Te Berlijn, waar hij drie dagen op het vliegveld van Johannesthal zijn roekeloze vluchten heeft uitgehaald, juichten een half miljoen mensen hem als een held toe.

Het is voorzeker verbazend om die luchtvogel, zoals men Pégoud terecht noemt, bezig te zien. Bij al zijn tuimelperten die iedereen kiekenvleesch deden krijgen, draaide de schroef van de machine met driekwart snelheid en als hij dan volle gas gaf schoot het toestel in rechte lijn vooruit, om in een grote cirkel te vliegen naar een hoogte van 1200 meter. Plots stortte het tuig met de kop vooruit minstens 100 meter naar omlaag, om dan onder de drang van de schroef omgekeerd vooruit te schieten, zodat de luchtvaarder met het hoofd naar beneden zat.

Gedurende meer dan een minuut zag men Pégoud in zijn omgedraaide machine en moest hij alles verkeerd doen, waarna hij zich rechtstaande naar omhoog werkte, om weer op de buik te vliegen. Tot zeven maal toe heeft Pégoud deze verbazende toer de force toen uitgevoerd.”

Het Gentse publiek werd klaargestoomd voor de komt van de luchtheld. Voor de kranten was de aankondiging van de komst van Pégoud alleen al goud waard. Op 22 oktober: “Het is bepaald zeker dat de koene luchtvlieger Pégoud op maandag 3 november om 11 uur ‘s morgens en 3 uur ‘s namiddags op het Sint-Denijs-plein buitengewone vluchten zal doen. Het plein zal afgesloten worden en door het leger en de gendarmerie worden bewaakt. Er zullen plaatsen zijn aan 50 centiemen, 1 en 2 frank. Voor de automobielen zal een bijzondere kaart van 5 frank worden verkocht.”

En in de krant van 31 oktober: “Adolphe Pégoud zal maandagmorgen te Gent aankomen. Een toestel met een zitplaats en een motor van 50 paardekracht wordt uit Parijs naar het Sint-Denijsplein opgestuurd en zal door mécaniciens van het huis Blériot in regel worden gesteld en gereed staan voor gebruik. .”

 

Op 1 november 1913 kwam Adolphe Pégoud met een  Blériot XI in Gent aan. De ontwerper van het toestel zelf, Louis Blériot, de man die voor het eerst over Het Kanaal van Calais naar Dover was gevlogen, vergezelde hem door Europa tijdens Pégouds “Expériences”.

Die herfstdag werd het Sint-Denijsplein afgezet door 250 soldaten, zestig rijkswachters en een sterke politiemacht. Want men voorzag volk, héél veel volk. In de Kapelstraat werden twee ingangen voorzien. Tevens was er één naast café “Derby” (voor de gespannen – équipages–  en wagens – automobiles), naast café het Peerdeken (aan kapel ‘t Putje) net achter de loods waarin het toestel van Pégoud was ondergebracht, aan de Steenaardestraat (richting Afsnee) en in het klein straatje dat naar het kasteel de Ghellinck leidde. Het “hoofdkwartier” van het hele gebeuren bevond zich in de “Derby”, waar men toegangskaarten kon kopen. De prijzen van de plaatsen bedroegen 3 Frank op de tribunes, 1 Frank op de voorbehouden plaatsen en 0,50 Frank op de volksplaatsen.

De biljetten voor de vluchten in de voormiddag hadden een verschillende kleur van deze in de namiddag. Indien de vlucht van ‘s morgens niet doorging, bleven ze in de namiddag geldig.

Parking voor de auto’s kostte 5 Frank. Een twintigtal speciale treinen werd naar Gent ingelegd.

In totaal werden 5.000 tickets van 3 Frank, 10.000 van 1, en 20.000 van 0,50 voor de voormiddag en evenveel voor de namiddag gedrukt. Maar de organisatoren hadden goede hoop, want het beloofde een prachtige herfstdag te worden.

Het vliegtuig, waarmee Pégoud demonstraties gegeven had te Wenen en Berlijn kon niet tijdig naar Gent gebracht worden. Een nieuw vliegtuig van het huis Blériot werd naar Gent gezonden en daar door mechaniekers van de firma gemonteerd. Het toestel was een eendekker uitgerust met een motor van 50 pk. Het geraamte was vervaardigd uit zeer buigzaam hout, overdekt met een zeer fijn waterdicht lijnwaad. De draagvlakte bedroeg 18 m² en het vliegtuig woog 300 kilo.

Volgend krantenrelaas geeft precies de gebeurtenissen weer:

“Reeds van 8 uur heerste er een ongewone drukte in de stad. Iedereen wou de luchtacrobaat Pégoud gaan bewonderen. De trams werden letterlijk stormenderhand ingenomen. Talrijke auto’s maakten de straten onveilig.

De Gentenaars hadden waarlijk alle geluk. Een lekker zonnetje bescheen de menigte die van alle kanten was samengestroomd om de koelbloedige onversaagdheid van één man te bewonderen.

Hoe meer men het Sint-Denijsplein naderde, hoe drukker het werd en hoe meer moeite men had om zich een weg te banen. Hier vond men natuurlijk ook wat bij geen feest ontbreekt: benden leurders met het portret van de vlieger.

Iets na 11 uur steeg Pégoud op. Eerst vloog hij rond het plein. Daarbij voerde hij zwenkingen uit die de toeschouwers deden rillen. Men dacht dat hij ieder ogenblik ten gronde ging storten. Na een derde maal kreeg men evenwel de indruk alsof die toeren heel natuurlijk zijn. Zo elegant en schijnbaar zonder moeite werden ze uitgevoerd.

Op sommige ogenblikken zweefde het vliegtoestel zijdelings rechtstandig en men vroeg zich af hoe het mogelijk was dat de machine niet als een baksteen neerplofte en de vliegenier verpletterde.

Na enige tijd steeg de vlieger hoger. Ongeveer op 1000 m gekomen deed hij letterlijk een acrobatische saut périlleux die de vogels beschaamd maakte, door met de wielen vooruit het toestel te doen klimmen en het met een zwenking te doen kantelen, zodat hij met het hoofd omlaag hing. Terwijl hij in dezelfde richting doorvloog bracht hij zich weer in de normale toestand.

Zulks deed hij tot acht maal alsof het kinderspel was en telkens verwekte hij nieuwe, luidruchtige geestdrift bij de menigte. “

Een wild enthousiaste reporter schreef in “De Gazette van Gent” van 4 november:

“Hij doet op die duizelingwekkende hoogte (1.000 meter) eene buiteling op zichzelf, vliegt in spiraal, volvoert op indrukwekkende wijze “loopings de loop”, schommelt op zijn beide vleugels, en beschrijft een drijfvlucht. Pégoud buitelt met zijn aéroplaan, en vliegt met het hoofd naar onder, alsof het kinderspel ware. Tot zeven maal toe heeft Pégoud dezen verbazenden “tour de force” uitgevoerd. Het zijn verbazende tuimelperten die iedereen kiekenvleesch doen krijgen”.

De ontlading bij het publiek kwam er toen Pégoud de landing inzette :

“Tenslotte daalde de vlieger in spiraalvorm neer. Hij legde zijn motor stil en zachtjes landde hij onder een donderend applaus en een geschreeuw zonder weerga. De menigte snelde naar hem toe en noch soldaten, noch gendarmen konden beletten dat het plein werd ingenomen.

De vlieger zag er zeer vrolijk uit en in het geheel niet aangedaan. Eerst werd hij rond het plein gereden, dan in triomf op de schouders van zijn vrienden rondgedragen. Men vocht en worstelde om de uiterst sympathieke luchtacrobaat zoniet de hand te kunnen drukken, dan toch eens van nabij te zien.

Een onafzienbare rij auto’s en rijtuigen verwijderde zich van het plein. Bij de voetgangers ontstond een nog erger relletje om op de trams te geraken. “

‘s Middags werd door Albert Feyerick, voorzitter van de sportcommissie van de tentoonstelling, een banket aangeboden, waarop ook Louis Blériot aanwezig was.

De kranten uit die tijd laten er geen twijfel over bestaan dat het optreden van Pégoud een sensatie van eerste rang was. Zo in “Le Bien Public” van 4 november:

“Langs de hele Kortrijksesteenweg is het een uitzinnige rush van elkaar opvolgende trams, voertuigen, wagens, fietsers en ook voetgangers die er niet in geslaagd waren een vervoermiddel te vinden. Vanaf 15 u. was het centrum stil en verlaten. Al wie zich kon verplaatsen begaf zich richting Kortrijksepoort.”

Want Pégoud  herhaalde zijn exhibitie nog eens om 15 uur in de namiddag :

Weer bewogen rijen auto’s en rijtuigen zich op de Kortrijksesteenweg.  De rook hing als een mist over de weg en het lawaai en het getuf was op sommige ogenblikken waarlijk ondraaglijk. In de velden rondom stonden groepen mensen. Oud en jong, iedereen was te been om de wonderlijke toeren van de luchtacrobaat te zien.

Omstreeks 15 uur 30 klom Pégoud in zijn toestel en verhief hij zich in de lucht onder algemene toejuichingen.

De joviale vlieger groette verscheidene malen de menigte vanuit zijn monoplaan.

Daarna herbegon hij zijn halsbrekende toeren. Deze waren nagenoeg dezelfde als ‘s morgens, maar Pégoud scheen nog meer in zijn schik en tot vijftien maal toe vloog hij met het hoofd omlaag en de wielen in de lucht.

Nogmaals toonde hij ons tot wat een koelbloedige luchtvaarder met een stevig toestel in staat is.

Na ruim drie kwartier vol adembenemende toeren daalde Pégoud in spiraalvorm neer en zachtjes landde hij op het grasplein. Weer de geestdrift van ‘s morgens, het in triomf ronddragen, het gelukwensen en de stormloop om de vlieger van dichtbij te zien.

De menigte was wild enthousiast en niet meer te stuiten. De massa verbrak nu de omheining en stormde naar de auto, waarin Pégoud had plaats genomen. De luchtacrobaat werd in triomf over het veld gedragen.

“Nooit heeft een keizer of een koning zoveel volk te been gebracht en zoveel toejuichingen geoogst als Pégoud gisteren.”

Bij de terugkeer was het een ongelooflijk geharrewar. Mensen en rijtuigen deden hun best om niet met mekaar in aanraking te komen, en er vonden heel wat botsingen plaats. De ordediensten deden al wat ze konden, maar hun invloed op de grote stroom volk was gering.

Honderden automobielen waren verplicht langs een binnenweg, Het Putje en De Drie Koningen naar de grote baan te rijden. Om 6 uur ‘s avonds verdrong zich nog steeds een stroom volk aan De Sterre en kwamen er nog altijd rijtuigen aangereden. Nooit werd zo’n menigte te Gent gezien.

Zelfs Henri Crombez, de jonge postvlieger die nu zijn dienstplicht als piloot uitoefende, was hiervoor speciaal per auto vanuit Parijs overgekomen:

Zoals gemeld is de luchtvlieger Crombez naar Gent gekomen. Niet per vliegmachine maar per auto, daar zijn toestel niet in goede staat was. Hij droeg het uniform van de genie, met als onderscheiding twee vleugels van een aeroplaan in het goud op zijn mouw geborduurd.

Onze luchtvlieger stond in bewondering voor Pégoud en verklaarde luidop dat deze toeren waarlijk kras waren en alles overtroffen wat tot hiertoe gezien werd.”

De menigte werd geschat op honderdduizend, zonder de duizenden kijklustigen die buiten de omheining de vertoning waren komen bijwonen.

De totale ontvangsten bedroegen 22.294,50 Frank, waaraan nog ongeveer 2000 Frank dient te worden gevoegd voor de verkoop van postkaarten. Voor de vluchten werd 20.000 Frank betaald. Er was dus een boni van 5000 Frank, een uitslag boven alle verwachtingen, die tot eer strekte van de inrichters, Fernand Feyerick en Auguste de Breyne.

De demonstratie van Pégoud was goed voor 1492,90 Frank inkomsten, en, na aftrek van de onkosten voor een bedrag van 1061,30 Frank, voor een winst van 431,60 Frank.

Van het gebeuren werd een film opgenomen met een téléobjectief Pathé, die vertoond werd in de Pathé-schouwburg.  

De Gentse straatzangers hadden al vlug een liedje gecomponeerd dat in het geheugen bleef hangen:

En Pégoud die ès goan vlieghe

Meê z’n nieuwe vliegmachiene

Iest op zijne rugge, dan op zijnen buik

En zuu vliegt hij de piesten uit…

 

En Pégoud die goat omhuuge

Ezuu vliegt hij de pieste(n) uit!”.

Om zijn kunsten te goan tuugen

Ierst op zijne rugge

Tons op zijne buik,

Zu vliegt hij die pie’ste uit

 

In Pegoe gao naor omhuuge

Om zijn kunste te vertuuge

Iest op zijne ruggene

Toens op zijnen buik

 

Dat niet iedereen zo enthousiast was met de manifestatie, blijkt uit een schrijven van 12 november 1913 van notaris Hebbelynck aan de voorzitter van de aëroclub de Breyne:

“ Mijnheer de Breyne,

Twee van mijn pachters, Auguste Van Autrève en Jean De Cock, wiens hoeve in de onmiddellijke omgeving van het Sint-Denijsplein is gelegen, kwamen me hun beklag doen over de schade die werd aangericht op hun land bij de vlucht van Pégoud. Ze zeggen zelfs dat sommigen van hun buren reeds schadeloos zijn gesteld. Ik neem de vrijheid om uw tussenkomst, als voorzitter van de Aero Club te vragen om hun een schadevergoeding toe te staan voor het geleden verlies.

Hoogachtend,

(get.) Notaris Hebbelynck.”

Maar intussen vervolgde Pégoud zijn triomftocht doorheen Europa:

“Op 10 november trekt Pégoud naar Brussel, de 14e naar Hamburg, de 16e naar Frankfurt, de 20e naar Keulen en de 23e naar Den Haag.”

Maar nog geen jaar later brak  de Eerste Wereldoorlog uit. Net zoals Henri Crombez vervoegde Pégoud het leger. In de Franse luchtstrijdkrachten werd hij aanbeden door zijn collega’s wegens zijn vooroorlogse reputatie. De kennis en kunde die hij opbouwde bij het acrovliegen werden gemeengoed in de luchtgevechten die boven de IJzer, Somme en Marne gehouden werden. Pégoud behaalde zes overwinningen. Tot hij op 31 augustus 1915, nog geen twee jaar na zijn onvergetelijke show boven Gent, een kogel in de hals kreeg en bij het dorp Petit-Croix in de Elzas neerstortte. Pégoud bezweek op de grond aan zijn verwondingen. Zijn tegenstander was de Duitse onderofficier Hans Kandulski, bizar genoeg een leerling van Pégoud. Toen de Duitser besefte wie hij had neergehaald, barstte hij in snikken uit. Nog dezelfde dag vloog Kandulski terug naar de plek waar hij zijn leermeester had gedood en wierp als eerbetoon een krans boven de plek af met de tekst: “Voor de Franse vlieger Pégoud, gevallen voor zijn vaderland.”

Het nieuws over de dood van de acrobaat sijpelde ook in Gent door. Midden in die Eerste Wereldoorlog zou een korte melding in de kranten van 3 september 1915 voor de Gentse schrijfster Virginie Loveling volstaan om temidden van de oorlogsellende met heimwee terug te denken aan de onbezorgde periode voor de oorlog, zoals blijkt uit haar notities op 4 september 1915 in  haar dagboek 1914-1918: “Wat wekt die eenvoudige naam jonge herinneringen op, zoo overheerlijk en zoo melancholisch nu! Was het niet den tweeden zondag van november 1913, dat Pégoud hier zijn triomftocht deed over het St.Denijsplein, na het sluiten der Wereldtentoonstelling? Ja zeker. Een heerlijke herfstdag, koesterende zon door lichten hemelsluier de gele bladeren met goudglans tooiend en het waas over de ontbladerde kruinen met mauve tinten kleurend.

Heel de stad was op de been, langs den heerweg, die door huizenrijen, villa’s en onbebouwde akkers leidt, liep een stroom van menschen, bestendig verontrust, op zijde getoet door elkaar vooruitschuivende autos, ook soms tot stoppen gedwongen door de belemmering van diligences, rijtuigen en karren van alle slag, alles dezelfde richting volgend.

En welke mooie dames op het plein:  een uitstalling van luxe en levensgenot. Vele, heel vele vreemden waren er nog. Alle oogen naar boven gericht, allen hadden geijverd om de beste plaatsen aan den afsperdraad te verkrijgen.

Welk een belangstelling toen hij ginder verre aan den overkant van het plein opsteeg, de onversaagde! Welk een gejubel, zoodra hij hoog in de lucht zijn rondzwenkingen en buitelingen begon te doen, plots schijnend neer te vallen om behendig – aan een  zwaluw gelijk – weder op te zweven in stoute spiralen, fraai voor den aanblik, vertrouwen gevend, in schijn elke mogelijkheid voor gevaar verwijderend.

En na het volbrachte, hoe hij traag rondreed, rondom het plein, getooid met zijn platten hoofdlap en zijn zonderlinge wandlappen, op den rugwand van een auto gezeten, uitstekend boven de in de handen klappende bewonderaren ! Hij lachte blij hen toe: met den arm zwaaide hij hun dank. Zijn portret – zonder en op een toestel in alle houdingen – werd aangeboden en verkocht. Arme, dappere Pégoud, hij ook gestorven voor het vaderland!

Hij was acht en twintig jaar oud.”

Adolphe Pégoud ontving het Légion d’Honneur, kreeg een heldenbegrafenis en rust vandaag op de begraafplaats Montparnasse in Parijs.

Alleen nog de Adolphe Pégoudlaan in Sint-Denijs-Westrem herinnert aan zijn show, ondanks dat die in ieders memorie verankerd bleef als een laatste herinnering aan de Belle Epoque.