26 april 1913

De opening van de expo

Op 26 April 1913 zal de wereldtentoonstelling van Gent hare poorten openen. Nooit heeft in België eene tentoonstelling zulk een uitgestrektheid bereikt als die der Gentsche wereldfoor: 130 hectaren, bijna 40 hectaren meer dan te Brussel, en bijna het dubbel der uitgestrektheid der tentoonstelling van Luik.
Onafzienbaar wijd strekt zich de reeks paleizen, hallen en paviljoenen uit, waarrond breede tuinen en banen worden aangelegd, en ten alle kanten verrijzen nog nieuwe gebouwen waaraan met koortsigen haast een leger van werklieden arbeidt.
De hallen zullen eene oppervlakte beslaan van 210.000 vierkante meter (tegen 150.000 v.m. in de Brusselsche tentoontstelling en 135.000 v.m. in die van Luik).
De Belgische afdeeling zal zich uitstrekken over eene oppervlakte van 41.900 v.m.
De Fransche afdeeling beschikt over 52.375 vierkante meter,
de Engelsche over 17.200 v.m.
en de Duitsche over 15.000 vierkante meter.
Uit deze cijfers blijkt reeds dat de Gentsche Wereldtentoonstelling eene der belangrijkste zal zijn die wij ooit te zien kregen.
En zullen Handel en Nijverheid over ruime hallen beschikken, de kunsten zullen niet minder wel bedeeld zijn; een prachtig Paleis der schoone kunsten verheft zich vlak vlak voor den binnentuin en in het Park dat aan de Tentoonstelling verbonden is bevindt zich het Museum van schoone kunsten en het Paleis der Oude Kunst.
In dat zelfde park verheft zich insgelijks het Feestpaleis, waar de tentoonstellingen van bloemen zullen plaats hebben; dit paleis is niet minder dan 31.000 vierkante kilometer groot, en overtreft in uitgestrektheid het vermaarde Cristal Palace van Londen.
Er zal ook in de Wereldtentoonstelling van Gent een “Oud Vlaendren” te zien zijn waarover de liefhebbers van oude Vlaamsche bouwkunst zullen verrukt zijn.
Op de meerschen van St. Pieters is als bij tooverslag de ontzagwekkende Wereldfoor verrezen met hare uitgestrekte parken en hoven, hare prachtige paleizen en hallen, waar straks alle beschaafde volkeren de voortbrengselen hunner nijverheid en kunsten zullen tentoonstellen. Heel belangwekkend is thans een bezoek aan die tooverstad, waarvan sommige deelen reeds nagenoeg voltooid, andere nog in wording zijn, en die ten allen kanten de levendigste bedrijvigheid vertoond. Zoodra men langs den Kortrijkschen steenweg onder de spoorbaan Brussel-Oostende is doorgegaan vertoond zich in geheel zijne breedte het hoofdgebouw der Tentoonstelling:
eene uitgestrekte zuilenrij in het midden bekroond door een ontzaglijk koepelgebouw.
In het midden van det tuin zijn twee sierlijke waterbekkens aangelegd, het eerste rond, met in het midden een monumentale groep – het tweede langwerpig en uitloopend op eene monumentale zuilenrij, van waar zich de waterval in het bekken zal storten.
Het geheel maakt waarlijk een grootschen indruk, alleenlijk is het spijtig dat de monumentale waterval eenigzins het zicht op het Paleis der Schoone Kunsten belemmert. Aan het uiteinde van den tuin vertoont zich aan het oog van den toeschouwer een nieuw verschiet, de Laan der Natiën, die zich rechts op eene lengte van eenen kilometer uitstrekt.
Links stuit de laan op de spoorbaan, waaronder een tunnel toegang geeft tot het Park; eene zegepoort zal de spoorbaan verduiken. De eene zijde der laan wordt ingenomen door de Engelsche, Fransche en Duitsche afdeelingen.
De andere zijde der laan biedt meer afwisseling. Men heeft er eerst het Paleis der Schoone Kunsten met de aangrenzende afdeelingen der decoratieve kunst, der fotografie, alsmede de afdeeling voor vrouwenhandwerk. Wat verder verheft zich een Oostersch paleis en in de buurt het Hollandsch Paviljoen.
Daarnevens het Italiaansch Palazzo.
Dan de machienhallen.
Een heel aardig gebouw, wat fantaistisch, met torens, een glazen koepel en een soort minaret;
de machienhallen zullen buitengewoon uitgestrekt zijn: 19 duizend vierkante kilometer.
Voorbij de machienhallen verheft zich het Koloniaal Paleis, een circus-vormig gebouw, waar men het reusachtig panorama van Kongo zal te zien krijgen.
De laan draait gedeeltelijk rond het Koloniaal Paleis, waarachter ook reeds het zuilengebouw der afdeeling van Canada te zien is, en leidt verder tusschen vage gronden, waar nog andere paleizen en paviljoenen moeten oprijzen, naar het Moderne Dorp, de hallen der Ijzeren wegen en het sportplein.
De Laan der Natiën zal voorwaar een der schoonste en eigenaardigste wandelingen der Tentoonstelling zijn, wanneer eenmaal de verschillende paleizen hunnen opschik zullen bekomen hebben en hunne cosmopolitische bevolking zullen herbergen.
Tusschen het Koloniaal Paleis en den ingang langs den Kortrijkschen steenweg voorbij “Oud Vlaendren” ligt het Gemeenteplein, waar zich de paleizen van Gent, Brussel, Antwerpen en Luik verheffen.
Het Paleis van Gent is bijna geheel voltooid, dat van Luik inschelijks.
Het eerste verbeeldt het voormalige “Prinsenhof” waar ten jare 1500 Keizer Karel werd geboren. Met zijne kleine trapgevels, zijne Gothische kapel en zijnen dubbelen toren heeft dit paleis een eenvoudig maar tevens zeer eigenaardig voorkomen.
Daarover prijkt met al de pracht van zijn steenen kantwerk ‘t paviljoen der stad Brussel, een stadhuis in Gothische stijl.
Van het Paleis der stad Antwerpen is nog maar het geramte te zien; het moet een paleis worden in Renaissance stijl, zijne gevels zullen afbeeldingen zijn van eenige der schoonste oude gevels van Antwerpen. Het geheel, bekroond met den toren van het afgebrande Hansa huis, zal een trouw beeld weergeven van den Antwerpschen bouwtrant in de XVIe eeuw.
De stad Luik is vertegenwoordigd door een sierlijk gebouw in Waalsche Renaissance, zeer sober en keurig, helemaal Oud Luik.
Van het Gemeenteplein leidt eene laan ons recht naar “Oud Vlaendren” waarvan ginds eene oude Vlaamsche poort den ingang aanduidt en waarvan zich de eigenaardige trapgevels en bijzonder het heerlijke Belfort op den zwaarbewolkten hemel aanteekenen.
Het Feestpaleis of Bloemenpaleis bevindt zich in het Park. Dit paleis is gebouwd in den vorm van een kruis en bevat verscheidene feestzalen, onafzienbare hallen voor de tentoonstelling van bloemen, twee restaurants en uitgestrekte terrassen.
In het Park bevindt zich insgelijks het Museum van Schoone Kunsten waaraan eene tentoonstelling van oude kunst zal verbonden zijn. In zijn geheel genomen is de indruk welke een bezoek op het terrein der Wereldtentoonstelling nalaat, volstrekt gunstig.