De Gentse brandweer op de expo

Foto : privé collectie : Brand op de Belvédèrelaan

Reeds op het einde van de 19e eeuw hadden er al diverse Wereldtentoonstellingen in België (toen immers een industriële grootmacht) plaatsgegrepen: in 1885 te Antwerpen, in 1897 te Brussel en in 1905 te Luik. In het begin van deze eeuw ijverde ook Gent naar deze eer, om even het pronkstuk te worden van de geïndustrialiseerde wereld. Ze zou tenslotte in 1913 haar zin krijgen, nadat ze in 1908 net naast de beker greep ten voordele van de hoofdstad. Het hele gebeuren werd groots opgezet, dankzij de enthousiaste steun van de pers, de lokale en centrale overheid en bovenal natuurlijk de verschillende beroepsverenigingen. Als locatie voor de expositie-site werd het kwartier van Sint-Pieters-Aalst uitgekozen, met het oog op “de toekomst van de stad, haar verfraaiing en de belangen van de lokale handel”. Door de massale propaganda in binnen- en buitenland zouden uiteindelijk zo’n dertigtal landen aan de expo deelnemen uit zowat alle delen van de wereld ([1]).

De brandweerploeg tijdens de expo. Foto : Willy Ski

Het ligt dan ook voor de hand dat dit gevolgen had voor de Gentse brandweerdienst. Commandant Achtergael deed een voorstel, met akkoord van de commissie, om de getalsterkte van het korps met 30 man o.l.v. een officier uit te breiden en ook extra materieel aan te kopen.  Uit budgettaire overwegingen paste het college dit voorstel echter grondig aan zodat de buitengewone begroting van 100.000 tot 61.000 frank werd teruggebracht, wat o.a. de personeelsvermeerdering beperkte tot 25 man o.l.v. een adjudant. Dit laatste werd tenslotte goedgekeurd door de gemeenteraad op 30 september 1912 ([2]). Zie ook citaat bij nr ([7]) Sturtewaegen. zie onderstaande foto’s, daaruit blijkt ook dat de brandweer met een traditie brak, namelijk het huren van paarden, voor de wereldtentoonstelling werden namelijk 4 paarden aangekocht, brief nr 3.

Los hiervan had de stad reeds de maand ervoor de aankoop van een autopomp ‘Dennis’ goedgekeurd ([3]); de tweede auto (de eerste werd in 1909 aangeschaft) en meteen de trots van het korps ([4]). De autopomp Dennis kostte toen 27.945 frank, uitgerust met een benzinemotor, werden hierdoor vele moeilijkheden uit de weg geruimd, zowel op het gebed van trekkracht als voor het geven van water. De pomp zelf was een centrifugaalpomp met een debiet van 2000 liter per minuut. Bovenop de autopomp kon al het personeel plaatsnemen, dienende om ze in werking te stellen : 1 officier met de autogeleider, aan de ene zijde een sergeant met drie pompiers en aan de andere zijde en korporaal met drie pompiers. Al het nodige materiaal werd eveneens geborgen en meegevoerd , deels in koffers en deels bovenop.  Achteraan was een haspel bevestigd met slangen van 110 mm en bovenop een Italiaanse ladder uit vier stukken. Bovendien moet ook nog worden aangestipt dat de gemeenteraad op 18 mei 1912 de ‘kas der vergoedingen’ afschafte die in 1902 was gecreëerd, en waarin alle inkomsten uit buitengewone diensten (voor particulieren) werden gestort, die dan op vaste tijdstippen onder de manschappen werden verdeeld. Dit omdat de kas niet het gewenste resultaat opleverde, namelijk de mannen tot sparen aan te zetten ([5]).

De autopomp Dennis. Foto : Willy Ski

In 1913 werd het Gentse brandweerkorps dan nog met een zeer bijzondere branddienst belast, met name het organiseren van een permanente post op de Wereldtentoonstelling die dat jaar te Gent plaatsgreep. Zie ook plannen brandweerpost. Het effectief werd met 25 man verhoogd om aldaar een wacht in te richten met het nodige materiaal, onder het bevel van een adjudant. Voor de eerste hulp beschikten zij over een haspel( Dévidoir ) getrokken door de mannen zelf. Deze post werd bovendien versterkt met een detachement die door het brandweerkorps van Parijs was afgevaardigd ([6]). zie foto’s

In 1913 werd alsook de post Voorhaven uitgerust met een auto als 1ste hulp. Er waren nu reeds drie auto’s in gebruik bij de brandweer, waaronder 1 autopomp. In het vooruitzicht van een grotere bedrijvigheid in de haven werd de post Voorhaven met 35 manschappen in plaats van 16 : 1 adjudant, 1 sergeant,  8 korporaals en 25 sapeurs. In de haven waren er 6 verwittigingstoestellen en 1 ontvangtoestel ( morse) in de grote wacht.
Er werd ook een hulppost ingericht in de meeuwstraat, de 25 aangeworvenen voor de wereldtentoonstelling werden later behouden.

Als extra moest ook elke avond van 20 tot 22 uur een brandweerman, samen met een brigadier en een bewaker met hond, meelopen met de controle patrouilles in de hallen en paleizen van de expo, meer info hierover vind u bij de bewaking
De branden op de expo kan u hier terugvinden
De wagens waarvoor de paarden werden aangekocht van de wereldtentoonstelling, Gent bezat toen de Lys, l’Escaut en ook Hercule, welke voor de expo gebruikt werd is in de 150 doorzochte brieven niet duidelijk geworden.

Met dank aan het stadsarchief Gent en Willy Ski, die me de foto’s en extra interessante informatie bezorgde

Bronnen :

[1]: A.CAPITEYN, Gent in weelde herboren, Wereldten­toonstelling 1913, Gent, SAG, 1988, pp.79-87.
[2]: STAD GENT, Gemeenteblad, 1912, dl.2, pp.757-758.
[3]: STAD GENT, op.cit., p.389.
[4]: M.STURTEWAGEN, op.cit., p.33.
[5]:   * STAD GENT, Gemeenteblad, 1912, dl.1, pp.1163-1164.     * M.STURTEWAGEN, op.cit., p.27.
[6]:  AGB, Briefwisseling, Doos 1902-1910, Boek 7, pp.417-419 (brief cdt.Welsch aan B&S, 26/11/1909) en Doos 1910-1914, Boek 10, p.9 (brief cdt.Achtergael aan cdt.brandweer Parijs).
[7]: M.STURTEWAGEN, op.cit., pp.32-33.