Staffwerk

Met uitzondering van het Floraliënpaleis, het Museum voor schone Kunsten en enkele huizen in het Moderne Dorp, waren alle expo-gebouwen opgetrokken volgens het zogenaamde ‘staff-proces’.
Die techniek is van Engelse origine, en werd ca 1890 op punt gesteld, en maakte op expo’s furore.
De staff-techniek bestond in het aanbrengen van pleister op een geraamte van hout of metaal (stap 1). Op die manier kon er buitengewoon snel gebouwd worden met een betrekkelijk stevig resultaat.
Een mengsel van pleister, dextrine, glycerine, eiwit en marmer werd in vormen gegoten. Van één vorm konden 15 tot 20 afgietsels vervaardigd worden.
De aldus bekomen stukken werden op een vooraf gebouwd houten of metalen skelet gemonteerd en het geheel werd met verschillende verflagen afgewerkt.
De staff-techniek voerde regelrecht naar een uitgesproken façade-architectuur. Het buitenaanzicht had weinig relatie met het interieur, achter de complexe gevels school vaak één grote ruimte die met tussenschotten werd onderverdeeld. Het metalen gebinte werd achter draperieën verborgen.
In een recordtijd kon op die manier een hele stad worden opgetrokken, een schijnstad die er toch uitzag alsof ze nooit zou verdwijnen.
Alles voor de tentoonstelling werd aan- en afgeleverd via de halte Maaltebrugge van de oude spoorlijn naar Kortrijk.